
Vorige week dinsdag kondigde president Ramaphosa aan, dat de grenzen van Zuid-Afrika weer open gaan en niet uitsluitend voor repatriëringsvluchten en reizigers met speciale vergunningen. Nee, voor iedereen. Dat bericht werd door Sanja met veel genoegen ontvangen, want zij wil o zo graag naar haar ouders in Nederland. Wellicht gaat dat nu eind december gebeuren. Mijn beurt om te gaan vliegen zal zo goed als zeker pas in maart 2021 gaan plaatsvinden. Dat duurt nogal lang, want het wordt hoog tijd om de op mijn logeeradres afgeleverde motorjas en motorlaarzen eens naar hier te krijgen. Mijn huidige 20 jaar oude laarzen hebben trouw dienst gedaan, maar ze zijn nu toch echt wel versleten en ik zit dringend verlegen om het nieuwe schoeisel, dat al van november 2019 in Nuenen wacht. Als het nog lang duurt zal ik blootvoets moeten rijden op mijn motor. Hopelijk kan Sanja de laarzen meebrengen. Er wacht op haar veel (te veel) bagage, maar de laarzen kan ze natuurlijk gewoon aantrekken en hetzelfde geldt eigenlijk voor mijn nieuwe motorjas. We wachten in spanning de ontwikkelingen af !

Sanja heeft iets met orgels. Geen draaiorgels en zeker ook geen drankorgels, maar kerkorgels. Toen er dan ook enkele weken geleden een aankondiging kwam van een bijzonder orgelconcert in de NG-kerk van het nabij gelegen Robertson, ging datum en tijdstip regelrecht haar agenda in en zondagnamiddag was zij één van de ongeveer 100 aanwezigen. De in 1853 gebouwde kerk heeft sinds 1932 een bijzonder orgel. Uit 4 tenders koos men de duurste aanbieding onder het motto: " Onse God is die beste waardig ". Het concert was ter gelegenheid van de afronding van een 4 maanden durende renovatie en de "orrelisten" waren Mario Nell, muziekprofessor aan de Universiteit van Stellenbosch en een ex-student van hem: Winand Grundling. Beiden gaven ook concerten in Nederland. Het optreden toonde aan, dat het orgel weer in perfecte staat is en dat beide musici top-organisten zijn !
Tenslotte:
Een goed begin is het halve werk, maar half werk is geen goed begin. Dat is maar weer eens bewezen met het werk aan ons bijzondere zwembad. In de blogs van januari en februari 2018 heb ik uitgebreid beschreven wat we destijds allemaal gedaan hebben om ons 20 jaar oude zwembad een opknapbeurt te geven. Alleen al het leegmaken van het bad - gevuld met minstens 25.000 liter water - is een hele klus geweest. Daarna zijn schilders aan het werk gegaan en hebben het diepere deel van het bad weer mooi blauw geverfd met epoxyverf. Zelf heb ik de randen onderhanden genomen en mijn schoonmoeder heeft van het vaalgrijze bergje een waar kunstwerk gemaakt. Zoals op de foto te zien is, zag het bad er weer picobello uit. Helemaal klaar voor weer 20 jaar, dacht ik, maar dat blijkt verkeerd gedacht te zijn.
We zijn nu nog geen drie jaar verder en ons eens zo fraaie bad ligt er triest en deels verveloos bij. Lelijke vlekken in het blauwe deel, bladderende verf aan de randen en een grotendeels wit uitgeslagen en een van de nodige scheuren voorzien bergje. Elke dag is dat hetgeen ik zie bij het dagelijks schoonmaken van het zwembad. Er zijn nu al twee specialisten komen kijken wat er aan gebeuren moet, maar zij weten ook nog niet wat te doen. Eén ding is zeker: Het bad moet weer helemaal leeg en daar zijn we vrijdag mee begonnen. Een zwembad is de droom van velen, maar een nachtmerrie momenteel voor mij !



























