Op de website van Montagu Museum vond ik een interessant artikel over de geschiedenis van de Kloofpadstal. De Padstal was oorspronkelijk bedacht en gebouwd door boer Jaco le Roux. De opening was tijdens het abrikozenseizoen in 1982. Daar bleef het niet bij, want drie weken later opende hij - na een lange strijd met de Munisipaliteit - een groentewinkeltje aan de Marktstraat. Beide zaken groeiden voortvarend, waardoor le Roux zich ontwikkelde tot een groothandelaar in vruchten en groente en hij had ook nog een florerend melkbedrijf. Maar al die bezigheden samen werden hem te veel en dus verkocht hij de padstal aan twee Kapenaars, die hun oorspronkelijke plan uiteindelijk toch niet uitvoerden en de padstal doorverkochten aan Grobbie Grobbelaar. Ook hij bleef niet lang in het bezit, want wat later werden Willem en Christine Cilliers eigenaar. In die tijd stelde de Langstraat zakelijk gezien niet veel voor. Een levendige straat was het beslist niet, want naast het padstalletje was er nog een tankstation en verder veel monumentale gebouwen. Meest gewone woonhuizen en bepaalde inwoners en leden van het Ethics Committee wilden dat zo houden vanwege die monumenten. Toeristen reden zonder te stoppen door dit "dode dorp". Zo was de situatie toen het echtpaar Cilliers de zaak in 1993 in bezit nam. Zij zagen echter goede mogelijkheden voor de padstal vanwege de ideale ligging aan het begin van het dorp. Naast vruchten en groente gingen zij ook zaken als verfrissingen en huisvlijtartikelen verkopen. Vanwege de ligging vlakbij de Cogmanskloof kozen de eigenaars op 1 november 1994 voor de naam: "Die Kloofpadstal" en hun zaak werd belangrijk voor de verdere ontwikkeling van Montagu. De eigen inwoners kochten er hun groente en vruchten, want het was de enige zaak in het dorp met een regelmatig aanbod op dit gebied. Ook kwamen er steeds meer toeristen. Kunstenaars leverden met de hand vervaardigde kunstproducten, die gretig aftrek vonden bij de reizigers. Hoteleigenaar wijlen Gert Lubbe promootte Montagu als deel van de Route 62 en diverse restaurants openden hun deuren. Kortom: het "dode dorp" kwam tot leven. Cilliers begon daarnaast in 1996 ook nog een bedrijf in gedroogde vruchten: "Bellair Natural Products" . Dat leidde tot het hebben van twee florerende bedrijven en uiteindelijk werd hen dat te veel. 
In 1999 werd Die Kloofpadstal verkocht aan de familie Zilverentant (onze buren). Zij hadden hun Italiaanse restaurant verkocht en zochten een nieuwe uitdaging. Het nog altijd kleine gebouw werd door hen substantieel uitgebreid en er werd ook nog een restaurant in geopend, dat erg populair werd. De in 2016 gestarte, dringend noodzakelijke renovatie van de Cogmanskloof (die in 2020 nog steeds niet voltooid is) en het Corona-virus lieten de toeristenstroom opdrogen. Hopelijk gaat dit bijzondere bedrijf in 2021 weer een belangrijke functie vervullen in Montagu !
Vrijdag was één van de weinige dagen met dreigende regenwolken, waardoor ons loopgroepje - uitgedund tot een tweetal - een wandeling in het dorp deed. Mocht het gaan regenen dan was er snel een plek gevonden om koffie te drinken. We gingen op weg naar het Montagu Museum in het voormalige NG-kerkje aan de Langstraat. Buurman Eric was daar al vaker en had in het verleden gezien, dat het museum beschikte over een behoorlijke hoeveelheid boeken van de Engelse schrijver/arts Francis Brett Young. Sinds we weten, dat die van 1948 tot zijn overlijden in 1954 verbleef in het huis, waar wij sinds 2011 eigenaar van zijn, ben ik zeer geïnteresseerd in de boeken van de Engelsman. In het museum werden we te woord gestaan door Irma Jordaan, een vrijwilligster, die het op zich genomen heeft om alle opgeslagen archiefmateriaal te catalogiseren en te verzamelen in archiefdozen. Zij kwam aandragen met drie volle dozen materiaal over Francis Brett Young en wees op de volle boekenrekken, die een hele wand van de ruimte besloegen.
Daar vonden we achttien boeken van deze productieve schrijver. Irma Jordaan was zichtbaar in haar nopjes met onze belangstelling voor haar "onzichtbare werk achter de schermen" en nodigde me uit om het archiefmateriaal eens te komen bekijken. Meegeven naar ons huis mocht ze dat begrijpelijk niet. Van die uitnodiging ga ik binnenkort zeker gebruik maken. Nu moet ik nog toestemming aan de curator van het museum vragen om een aantal van de achttien boeken te mogen lenen. Bij een kop koffie in de Brandy-Hall bespraken Eric en ik ons geslaagde museumbezoek. We maakten die ochtend niet veel kilometers en kregen op de weg terug naar huis ook nog een regenbui over ons heen, maar mijn pret werd daardoor geenszins gedrukt !
Tenslotte:
Woensdag namen we met pijn in het hart afscheid van onze "leenhond" Dieuwke. Gisteren werd zij opgehaald om naar Kaapstad gebracht te worden. Daar moet zij ter controle 5 dagen in een dierenpension ondergebracht worden en wordt zij ook nog gecontroleerd door een staats-dierenarts vooraleer deze lieve Friese Stabij van Kaapstad naar Nederland vliegt. Als alles voorspoedig verloopt, wordt zij op 14 oktober weer herenigd met haar baasje Christine in Harderwijk. Wij en ook onze Tesca zullen haar erg missen, want de voorbije drie maanden raakten wij alle drie zeer gehecht aan deze prettige dame. We denken, dat Dieuwke het best naar haar zin heeft gehad bij ons, maar er gaat natuurlijk niets boven het eigen baasje, dat drie maanden naar dit moment heeft uitgekeken. Goede reis Dieuwke. Je was en bent een schat van een hond !
Afrikaans woordenboek:
'n Hond uit 'n bos praat = voortdurend aan het woord zijn


Geen opmerkingen:
Een reactie posten