Emigreren is een ingrijpende stap die vaak nog gecompliceerder wordt door een vreemde taal. In Zuid-Afrika – en dan met name in de Westkaapse provincie – valt dat enigszins mee,omdat de daar gesproken taal Afrikaans veel lijkt op het Nederlands. Hoe is dit gekomen?
Het Afrikaans is officieel weliswaar een heel jonge taal – pas in 1925 werd het een van de “amptelike” talen in Zuid-Afrika – in werkelijkheid bestaat het reeds enkele eeuwen. Men zou kunnen zeggen dat de geschiedenis van het Afrikaans al in 1652 begon, toen Jan van Riebeeck in opdracht van de Verenigde Oost-Indische Compagnie een verversingspost aan de Kaap de Goede Hoop aanlegde. Samen met de matrozen en de ambtenaren van de VOC kwam het 17e-eeuwse Nederlands naar de Kaap.
Dit Nederlands is aan de zuidpunt van Afrika een heel eigen leven gaan leiden, los van de ontwikkelingen in het moederland. Het werd de basis van een nieuwe taal: het Afrikaans.
De samenleving in de Kaapkolonie was een bonte mengeling van volken. Naast de blanke, Europese inwoners en de inheemse Hottentotten en Bosjesmannen (tegenwoordig samen Khoisan genoemd) waren er ook talrijke slaven ingevoerd uit Zuid- en ZuidoostAzie en uit West- en Oost-Afrika. Allen met hun eigen taal. Vooral het Maleis en Portugees had een grote invloed op het Nederlands. Later kwamen kolonisten in contact met andere zwarte volkeren zoals de Xhosas en de Zoeloes. Ook hun talen beïnvloedden het Nederlands. Het Afrikaans bleef de eerste eeuwen slechts een omgangstaal, gebruikt door de boer in zijn contact met zijn arbeiders en tussen de slaven onderling. De officiële taal van het bestuur, de kerk en het onderwijs bleef het Nederlands.
Na de Britse overname van de Kaapkolonie in 1806 begon de Britse overheid een actief beleid om het Engels in te voeren als officiële eerste taal. Tegen deze politiek ontstond aan het eind van de 19e eeuw verzet:
In 1875 werd het Genootskap van Regte Afrikaners in Paarl opgericht.
Dit wordt ook wel de Eerste Afrikaanse Taalbeweging genoemd. Het doel: het Afrikaans te verheffen van omgangstaal naar cultuur- en schrijftaal.
Aan het begin van de 20e eeuw ontstond
de Tweede Afrikaanse Taalbeweging (1905-1933).
Deze speelde zich niet alleen af aan de Kaap, maar in heel het huidige Zuid-Afrika. Het gebied waar Nederlands en “Afrikaans” gesproken werd, was sinds het begin van de Grote Trek in 1834 enorm uitgebreid. In die jaren hadden immers groepen “Nederlandssprekende” boeren (Voortrekkers) de Kaapkolonie verlaten en onafhankelijke boeren-republieken in Transvaal en de Oranje Vrijstaat gesticht. Hun spreektaal was in werkelijkheid al meer Afrikaans dan Nederlands. Na de Anglo-Boerenoorlog (1899-1902) kwamen deze gebieden onder Engels bewind. In 1910 werden de Kaapkolonie, Natal, Transvaal en Oranje Vrijstaat samengevoegd tot de Unie van Zuid-Afrika met Engels als hoofdtaal. Het Afrikaans kreeg in 1925 bij Wet erkenning als tweede officiële taal. De afspraken werden vastgelegd in de zg. Wet op de Officiele Talen van de Unie.
Het Taalmonument in Paarl herinnert aan de ontstaansgeschiedenis van het Afrikaans.
* Deze tekst is een vrije vertaling mijnerzijds uit “de Taalgids voor de Nederlands sprekende toerist in Zuid-Afrika” (geschreven door Dr. Veltkamp -Visser)
Zuid-Afrikaans Woordenboek:
Broeikasbaba = couveusekindje







