Transnet is een groot Zuid-Afrikaans spoorweg-, haven- en pijpleidingbedrijf. Het hoofdkantoor van dit staatsbedrijf zetelt in Johannesburg en heeft ongeveer 56.000 werknemers in dienst. Leonard Ramatlakane, voorzitter van de spoorwegtak heeft vorige week dinsdag op een mediaconferentie erkend, dat het bedrijf niet weet hoeveel mensen er werken. Binnen het spoorbedrijf is onlangs een onderzoek geweest en de uitkomst daarvan heeft aangetoond, dat er 17.000 werknemers zijn. Die ondersoek was daarop gemik om vas te stel oor watter vaardighede die werkerskorps beskik. Ons wou weet wat die 17.000 mense in ons diens op 'n daaglikse of uurlikse grondslag doen en watter vaardighede hulle het," sê Ramatlakane.
Nu het aantal mensen in dienst bekend is, is er toch een probleem. 17.000 salarissen worden elke maand betaald, maar men heeft slechts 14.000 werkers op kunnen sporen. Smanga Sethene, directielid van het spoorbedrijf, zegt over deze kwestie: "
Hulle kan spookwerkers wees wat weens die ondoeltreffendheid in ons geledere onopgemerk in die stelsel was. Hier hebben we het dus over spoorwegwerkers, die spoorloos zijn !

De Nederlanders die we hier in Zuid-Afrika spreken, zijn over het algemeen heel tevreden met het leven dat ze hier leiden. Het Nederlands nieuws wordt dagelijks gevolgd, maar zelden worden we daar vrolijk van. Het vaderland wordt niet gemist. Wat wél gemist wordt, zijn bepaalde Nederlandse producten, die hier (bijna) nergens verkrijgbaar zijn. Bovenaan staan - ook bij mij - snacks als bamischijven, frikandellen, kroketten en bitterballen om maar wat te noemen. De laatste twee zien we tegenwoordig wel eens op de menukaarten van een enkel restaurant, maar de kwaliteit is niet altijd echt goed te noemen. Twee weken geleden las Sanja in het tijdschrift "Platteland" een artikel over Swellendam en laat daar nu een verhaal staan over een wekelijkse zaterdagmarkt. Leuk, maar wat Sanja interessanter vond, was een reclameboodschap over een jong stel - luisterend naar de naam Van Leeuwen - dat bitterballen maakt, die van nog betere kwaliteit zouden zijn dan de Nederlandse ballen. Dat is nogal een bewering, vonden wij en die vraagt om testwerk en zo reden wij zaterdagochtend naar Swellendam waar we het stel - luisterend naar de naam van Leeuwen - aantroffen op de kleine markt. Natuurlijk namen we de proef op de som en nuttigden zo'n met mosterd bedekte bal. Het mag gezegd worden: de smaak was voortreffelijk. Sanja had vooraf bij mogelijk geïnteresseerden gevraagd of zij ook belangstelden in die voortreffelijke snacks. Nou, belangstelling was er zeker. In totaal werden er 100 besteld: 80 gevuld met rundvlees en 20 met kip.

Voordat we de bestelling meenamen, hebben we eerst lekker geluncht bij restaurant "La Belle Ambiance", waarna de ballen werden opgehaald en in meegebrachte koelboxen gedaan. Het was die dag per slot van rekening 40 graden, een temperatuur die niet bevorderlijk is voor ingevroren producten. Thuis gekomen verdwenen de bitterballen snel in de diepvries en kon Sanja aan de slag om afleveringen te doen bij de bestellers. Wekelijks zullen wij niet naar Swellendam rijden, maar dat we er wel vaker zullen komen, is volgens mij wel zeker !

Tenslotte:
Het lopen - en dan liefst wat langere en/of meer uitdagende tochten - blijft een hobby van me. Met Teus, een Nederlander die de helft van het jaar hier in Montagu woont, loop ik elke dinsdag een route in het buitengebied van ons dorp. Vorige week dinsdag kozen we voor een ons onbekende trail, die midden in de Cogmanskloof begint en dan loopt in de richting van de bergen. Drie weken geleden was in dit gebied brand en we konden de aangerichte schade goed zien. Gelukkig was de verbrande strook "maar" 500 meter lang en de schade lijkt voor het grootste deel oppervlakkig.

De natuur zal wel redelijk snel herstellen. Over de oorzaak van de brand is niets bekend. Elk jaar in de zomer moeten brandweerkorpsen in actie komen. Een weggegooide sigarettenpeuk. Glasscherven, die als een brandglas werken. Boeren die meer landbouwgrond willen hebben. Of zijn het gewoon brandstichters, die er bewust plezier in scheppen om de natuur te vernielen. De route, die we liepen, was met 5,2 kilometer bepaald niet lang, maar wel uitdagend. Sinds jaar en dag is er niets meer gedaan aan onderhoud van het pad, dat nu op veel plaatsen nauwelijks te vinden is door hoge grassen en struiken. In het middendeel was zelfs geen pad meer te onderscheiden en moesten we via de droge rivierbedding onze weg zien te vinden. Maar we hebben er wel van genoten. De tocht was behoorlijk pittig, maar de voldoening was daardoor extra groot voor ons !
Afrikaans woordenboek:
Pretdrafstap. Ook wel: met apostelperde reis = wandelen