donderdag 16 november 2017

" Nederlanders zijn kankeraars ! "

Dat hebt u niet mij. Nee, dat zijn de woorden van mijn schoonmoeder. Tijdens de wekelijkse Skype-sessie met Sanja's ouders levert mijn schoonmoeder nog wel eens gevatte reacties op mijn schrijfsels.
                                          
Die opmerking over kankerende Nederlanders had te maken met mijn opmerkingen over het boek van Hendrik Groen en de bijbehorende TV-serie, waarin de toestanden in de Nederlandse verzorgingshuizen duidelijk, maar vooral negatief beschreven worden. "Natuurlijk zijn er te weinig handen aan de bedden, is er geen tijd voor een praatje en moet er (te) veel tijd besteed worden aan administratie,
maar de overgrote meerderheid van het verzorgend personeel en de vrijwilligers voert met hart en ziel  hun taken uit. De Nederlandse verzorging behoort tot de beste ter wereld en kankerpitten zullen er nu eenmaal altijd zijn", aldus mijn schoonmoeder. Haar reactie kwam zondagmiddag en maandagochtend kreeg ik een mailtje van mijn tante Joke en de strekking van haar mail was vergelijkbaar met die van mijn schoonmoeder. Kortom: Er wordt wel gemopperd en er zullen wel huizen zijn, waar de verzorging te wensen over laat, maar als wij stellen, dat dat in alle tehuizen zo is, doen we heel veel huizen en personeel te kort. Zelf hebben we gelukkig nog geen ervaring met een verblijf in een verzorgingshuis en onze mening was gebaseerd op wat we op TV zien en in de krant lezen. Uit de opmerkingen van schoonmoeder en tante concluderen wij, dat het wel meevalt en we laten de kankeraars voortaan maar kankeren !


Een jaar of twee geleden zagen we haar voor het eerst. Er liep een Geochelone Pardalis door onze straat. Die Latijnse naam hoort bij een bergschildpad. Nu zijn "skilpaaie" ons niet vreemd, want zowel in Geldrop als in Helmond hadden wij een vijvertje in de achtertuin, waar twee - en later zelfs drie - roodwang-schildpadden rondscharrelden. Exemplaren van hoogstens 15 cm groot. Maar de bergschildpad, die hier door onze straat loopt, is van een heel andere orde. Zeker 50 cm lang en wel 40 cm hoog is deze mevrouw. Het moet welhaast een vrouwtje zijn, want mannetjes worden niet zo groot. Wij keken in ieder geval onze ogen uit toen we haar voor het eerst zagen en Sanja wist niet hoe snel haar camera gehaald moest worden om dit - in onze ogen - zeer bijzondere exemplaar te vereeuwigen. Later hoorden wij van onze buren, dat dit beest hier al jaaaaren door de hele wijk wandelt en eigenlijk niet echt bijzonder is, want er zijn hier grote aantallen van deze reuzinnen. Wij vinden deze uit de kluiten gewassen  "rondloper" in ieder geval wél heel bijzonder !

                  
Onze vrijdagse motorrit voerde naar Arniston, een kleine vissersplaats aan de Indische Oceaan. Van de 1300 inwoners zijn er enkele tientallen nog actief als visser, maar het overgrote deel van de inwoners brengt hier slechts de vakantie door in hun tweede woning aan de zee. Het plaatsje is genoemd naar het Engelse schip van de East Indian Company: de "Arniston".
                       
Het schip voer om veiligheidsredenen in konvooi met twee andere schepen: de "Africaine" en de "Victor". Er waren 378 opvarenden. Gewone burgers, maar ook gewonde Engelse soldaten op weg van het oorlogstoneel in Ceylon naar Engeland via Kaap de Goede Hoop. Zo ver kwam het helaas niet, want op 29 mei 1815 liep het schip door een navigatiefout op de scherp gepunte rotsen en brak in tweeën. Slechts zes gelukkigen konden het navertellen. Als eerbetoon aan schip en opvarenden werd deze plek Arniston genoemd. Het is met deze plaats hetzelfde als met een hele serie vergelijkbare plaatsen: Een mooi strand, overlopen met vakantiegangers in het zomerseizoen, maar daarbuiten is er geen levende ziel te bespeuren, maar de lunch in het Arniston Hotel was prima evenals de motorrit heen en terug !

Afrikaans woordenboek:

'n rondloper  =  een zwerver

Geen opmerkingen:

Een reactie posten